Het leven zoals het is in Brussel
Vandaag heb ik mijn eerste ervaring opgedaan met de Brusselse overheden. Het verhaal gaat als volgt. Ons huis staat op een zeer recente verkaveling. Achteraan onze tuin grenst een mooi herenhuis (al noemen ze het hier "de chateau") dat momenteel gerenoveerd wordt tot vijf appartementen. Het domein waar onze woonwijk op gebouwd is was tot voor een paar jaren een mooi park. Aan de van de ingangen van het park stond en staat nog altijd de oude conciergewoning. Of beter gezegd, dat wat er van over blijft (klik foto om te vergroten). Het "pand", waar niemand aan twijfelt dat het ooit mooi is geweest, staat al vele jaren leeg en is totaal verloederd. Een doorn in het oog van het straatbeeld.
Ikzelf ben een grote fan van oude woningen die netjes gerenoveerd worden en waar men de authentieke accenten en bouwstijl respecteert. Maar in dit geval is geen redding meer mogelijk. Het pand is door en door rot en verloederd. Zelfs de laatste vleermuizen hebben het pand spreekwoordelijk verlaten.
Vandaag mochten we naar het gemeentehuis van Sint-Jans-Molenbeek om aanwezig te zijn tijdens de hoorzitting waar de nieuwe eigenaar zijn bouwplannen uit de doeken zou doen. Tenminste, we dachten dat we aanwezig mochten zijn. Het is net iets anders afgelopen. Mooi op tijd aangekomen in het gemeentehuis kon ik vaststellen dat ik in een PS-gemeente woon. Rode muren, rode stoelen, rode vanalles en nog wat.... Enkel grote rode draperieën aan de gevel van het huis van führer Moureaux ontbraken nog. Vreselijk. De zitting zou om 14u40 beginnen. Meer dan uur te laat gingen de deuren open. In de gang stond de eigenaar en de architect met zijn bouwplannen. Het project zag er mooi uit. Wetende dat het pand grenst aan onze halfopen bebouwing zijn wij de eerste die er op moeten kijken. Maar zoals gezegd, het zag er mooi uit. En toen kwam de aap uit de mouw...
De brave eigenaar dient al 2 jaar lang bouwplannen in bij het gemeentebestuur. Telkens is er een klein clubje tegenstanders uit de buurt die om nostalgische redenen het oude pand willen behouden en liefst nog gerestaureerd zien. Zolang ze het zelf maar niet moeten betalen natuurlijk. Uit nostalgisch oogpunt begrijp ik dat, maar dit krot valt niet meer te renoveren. Toen de zitting begon mochten wij (ik, mijn vrouw en nog enkele buren) niet binnen. Blijkbaar waren enkel de mensen die schriftelijk opmerkingen hadden gemaakt welkom en dat had men moeten zien op de afiches die gedurende 2 weken hadden uitgehangen. Zo beweerde de medewerkster die de identiteiten moest checken van de mensen die binnen mochten. Toen mijn vrouw argumenteerde dat dit niet klopte en dat wij wél binnen mochten maar geen spreekrecht hadden werd dit van tafel geveegd. De eigenaar reageerde heel ontgoocheld en wij vertrokken dan maar.
Een uurtje later kregen we telefoon van onze (hopelijk) toekomstige buurman. De medewerkster van het stadhuis had zich vergist. Andere buren die in het stadhuis waren blijven wachten om het resultaat van de hoorzitting te horen werden alsnog naar binnen geroepen en excuses werden aangeboden. Daar waren wij vet mee.
Zo gaat het dus in Brussel. Dat was ff wennen. De moegetergde eigenaar wist ons enkel nog te danken voor de komst en vreest dat zijn plannen - om toch een heel klein stukje Brussel leefbaar te maken - opnieuw afgeschoten gaan worden. Samenvatting van het rondje burgers pesten : de eigenaar koopt de grond en het krot voor veel geld en wil er een mooie nieuwe woning plaatsen. Twee jaar lang wordt hij gegijzeld door een handjevol nostalgisten. Er komt eindelijk een nieuwe hoorzitting. De zitting begint ruim een uur te laat. Al die mensen staan in de gang te wachten en hebben daar verlof of dergelijks voor genomen. Deze keer zijn er minstens evenveel voor- en tegenstanders maar enkel de tegenstanders worden aanvankelijk toegelaten tot men toch eens controleert hoe het nu wettelijk precies ineen zit... Pure Kafka!
Democratie ? Goed gelachen...

Reacties